Yannick Marie Fleur Bochem (° 5 maart 1984) mag dan wel een enig kind zijn, veel valt daar niet van te merken. Haar leven wordt gekenmerkt door roemrijke sociale cultuur-, sport- en andere activiteitsplannen, een zekere Eric Vögels en liefst een combinatie van de voorgaande twee. Yannick is de duif die niet op haar mond is gevallen en zo escargots bestelde toen ze drie was, die in het groot FOK schrijft op tonnen, die barbiepoppen een punkkapsel aanmeet, die alles liefst zo integraal en efficiënt mogelijk uit de ijskast keilt, en die op vijfjarige leeftijd aan haar zestienjarige vrienden vertelde hoe vooral geen kinderen te maken. Ze houdt van veranderlijke kledingstukken die letterlijk en figuurlijk meegroeien met haar lichaam en geest; zo verstelt zij okeren fluwelen broeken tot rokken in een handomdraai. In het zie!duif midden vormt Yannick het historisch bewustzijn. Vraag haar naar de exacte begin- en einddatum van de Russische, Franse of desnoods Oezbeekse revolutie en deze historica geeft er de oorzaak, concrete aanleiding en afwikkeling bij. Niet verwonderlijk dat geschiedenis en kunstgeschiedenis haar lievelingsvakken waren op de middelbare school; en dat deze voorkeur zich doorzette in haar verdere studies. Aanvankelijk zou ze in Gent gaan studeren, maar aangezien daar 400 man zich inschreef in het eerste jaar en zij uit de kunstklas kwam – waar elke student blijkbaar over een zetel beschikt – besloot ze toch maar naar Antwerpen te gaan. Kennis over en visie op de hedendaagse actualiteit kan ze – Freya Piryns gewijs – breed gekaderd, helder en gebald uiteenzetten. Met overtuiging. En dat is ze ook, deze duif, overtuigend. Ook over haar liefde voor theater.
PS : Niet onbelangrijk, Yannick schudt killerrecepten zo uit haar mouw. Kok of beter chef-kok zou haar, in een latere levensfase, helemaal afgaan.